Bodem en water hoog op de agenda

In de periode november-december 2020 zijn er in het kader van het bodem- en watercoachingstraject 25 kennismakingsgesprekken geweest. Duidelijk wordt dat bodem en water hoog op de agenda van de ondernemers staan.

Zo ook bij Tonco Padmos die een traditioneel akkerbouwbedrijf heeft op de poelgronden in Scharendijke dat tegenwoordig met drie andere agrarische bedrijven samenwerkt. Voor de bodem- en watercoaching doet hij mee met 15 percelen. Hij vertelt: “Het aantal bodemanalyses dat wordt genomen, sluit aan bij de bestaande bedrijfsvoering. Ik ben gewend mijn bodemanalyses in fasen te doen, steeds doe ik een deel en dan vergelijk ik de resultaten met die van vier jaar terug. Ieder doet dat via zijn eigen systematiek. En ook al zou je er best meer willen doen, ergens houdt het een keertje op, die analyses brengen tenslotte ook kosten met zich mee.”

Nick Quist, bodem- en watercoach van ZLTO constateert dat ondernemers actief bezig zijn met niet-kerende grondbewerking, aanvoer van organische stof via champost, vaste stalmest of compost en experimenteren met verschillende biostimulanten. Niettemin blijven op veel percelen organische stof percentages laag en hebben de afgelopen droge jaren grote impact op gewasgroei. Verder is de grond op Schouwen-Duiveland bont, oude zeeklei, jonge zeeklei, kalkrijk, kalkarm wisselen elkaar te pas en te onpas af. Deze bontheid vraagt echt om maatwerk.

De eerste gesprekken van 2021 worden momenteel en tot eind maart gevoerd. Padmos heeft dit gesprek met Nick al gehad en met hem per perceel de bodemanalyse doorlopen, verschillen vergeleken en besproken of je dat ook merkt in de teelt. Ook kreeg Tonco tips. Bevlogen zegt hij: “Ik doe mee omdat je er altijd wijzer van wordt, het is waardevol van gedachten te kunnen wisselen en jouw ideeën te kunnen toetsen. De ander brengt zijn kijk op de zaak in, je kunt sparren en krijgt er een klankbord bij. De grootste meerwaarde is echt dat je met een deskundige kunt praten over wat je meet op jouw bedrijf.”

Welke kentallen worden gemeten en wat zegt dat?
In deze gesprekken kijken coach en ondernemer samen naar recente bodemanalyses. Wat betekenen de kengetallen, waarom verschillen percelen en waar kun je op sturen kijkend naar bodemfunctioneren? Padmos licht toe welke informatie je zoal uit de analyses haalt: “De kentallen die je in zo´n bodemanalyse meet gaan over de zuurgraad, het organisch stofgehalte en de stabiliteit ervan (met andere woorden, hoe snel ze afbreken), de textuur van de bodem, hoeveelheid deeltjes klei en zand (dus eigenlijk de zwaarte van de klei, hoe meer, hoe vaster), de aanwezigheid van o.a. kalium, fosfaat, magnesium e.d. en hoe het een het ander beïnvloedt. Zo belemmert heel veel kalium in de grond de opname van magnesium. Het gaat erom dat het in balans moet zijn en dat je weet is de grond arm of rijk. Per perceel maar ook in de percelen zelf, kan zo’n bodemanalyse verschillen.”

Opvallend vond Tonco: “In bepaalde polders op een gedeelte waar in het verleden veen of turf is afgegraven was het gehalte aan magnesium heel hoog. Dat was eigenlijk een constatering. Je hebt liever meer calcium. Ook viel op dat in het gebied het organisch stofgehalte behoorlijk hoog was. Dat valt wel te verklaren omdat ervan oudsher hier en ook in de buurt meer velden met gras waren. Ook wel met aardappelen en bieten, maar in het algemeen werd er hier wat minder intensief bebouwd dan op de kreekruggen.”

Hoe gaat het verder?
“De volgende keer gaan we het veld in, dan gaan we de theorie koppelen aan de praktijk en ook kijken of als we bijvoorbeeld ergens geconstateerd hebben dat het erg arm is, ga je kijken wat zie je ter plekke, wat zie je aan het gewas?” In de periode mei-september gaan alle ondernemers met de coach het veld in, profielen graven, kijken naar structuur, bodemleven activiteit en wortelgroei. De bodem begrijp je namelijk pas echt in het veld!