Aan de slag met de zoetwatervraag

3 juli 2020

Agrarisch Schouwen-Duiveland (ASD) sloot zich vroeg aan bij het Living Lab Schouwen-Duiveland. Voorzitter van ASD, Pieter de Ruijter zegt: “Het sprak ons erg aan dat de gemeente samen met andere partijen gebiedsvraagstukken onder aandacht wilde brengen en samen naar oplossingen voor de zoetwatervoorziening wilde zoeken.” De Ruijter verduidelijkt de gekozen focus: “Voor ons leeft binnen de gebiedsvragen het zoeken naar oplossingen voor het zoetwatervraagstuk. De leden hebben interesse in het thema en de respons is goed.

Bij de monitoring in het project Natuurlijk Zoet doen de agrariërs zelf de metingen. De mensen leren hun gebied beter kennen, dat biedt kansen. En wat we nu wel eens horen: schiet eens op met dat zoet water.” Hij ziet meer voordelen: “ASD kan haar zorgen neerleggen bij de overheden en direct meedenken in oplossingen, er wordt naar ons geluisterd. Overheden gaan onze kopzorgen zien en willen ons daarbij helpen. We krijgen meer begrip voor elkaar. Schouwen-Duiveland-breed wordt dit erg gewaardeerd door de landbouw, dat weet ik zeker.”

Dat laatste is belangrijk want op Schouwen-Duiveland heb je allerlei gebieden die geografisch nogal van elkaar verschillen en elk hun eigen problemen kennen:

  • Schuddebeurs heeft zoet water in de ondergrond. Daar liep de Gouwe, de oude watergeul, die Schouwen-Duiveland vroeger in tweeën deelde en is dichtgeslibd. Hier kunnen ze in de zomer aan water komen, maar in droge periodes is dat ook minder en dat kan wel problemen opleveren.
  • Kerkwerve en Scharendijke hebben te maken met zoute kwel in de ondergrond.
  • Rond Oosterland en Bruinisse hebben ze een zoetwaterbel in de ondergrond, maar ze kunnen er niet bij.
  • De Duinrand heeft zoet water vanuit de duinen, maar dat vermengt zich met zout water.

“De grootste kansen liggen in het gebied rond de Gouwe. Hier zit veel zoet water dat in de winter ook weer veelal de haven in gepompt wordt. Als je daar wat mee kan, kun je vooruit. Ander kansen zijn de opslag van stedelijk regenwater of proberen kwelsloten (zoutwatersloten) niet te laten vermengen met zoetwatersloten.”

Ingaand op voordelen van de samenwerking in het project, geeft de Ruijter aan: ”Het mooie is dat ze er ook onderwijsinstellingen bij betrekken. Studenten op hogeschool- en universitair-niveau kunnen meedenken in oplossingen, dat heeft voor ons een meerwaarde. Ook zijn er in Nederland meer plekken met verzilting en een grote watervraag waar al kennis is opgedaan. Aan de hand van specifieke vragen in onze deelgebieden, kunnen we dan een afstudeeronderzoek of bijvoorbeeld een minor opzetten. Evident is ook het belang van kennis uitdragen, bundelen en delen. Daar kan iedereen z’n voordeel mee doen.” 

“We zitten nu in de beginfase van het Living Lab project. Straks gaan we op visite bij de boeren die zich hebben opgegeven en halen dan op wat er speelt. Dat proberen we te koppelen op streekniveau. Ik ben heel benieuwd van de boeren zelf te horen waarmee we wat moeten gaan doen. We gaan dan samen rond de tafel zitten en kijken welke oplossingen we in de verschillende soorten gebieden kunnen bieden. Zo krijg je maatwerk-oplossingen. In Zeeland deden we ook al eerder ervaringen op met GoFresh (zoutwater uit de ondergrond weghalen en zoet water erin pompen), Water to buffer waarbij we water vasthouden en zoet water veilig opslaan, en ervaringen waarbij we het zoete water niet laten vermengen met zoute water. Daar kunnen we ook van leren. Maar ’t kan ook zo zijn we op Schouwen-Duiveland gebieden tegenkomen waar nog geen oplossing voor is. We hebben hier ook heel zilte gebieden die met zoutwater gelijk onder het maaiveld hun eigen uitdagingen kennen. Hoe we daarvoor met een nieuwe oplossing kunnen komen, moet nog worden onderzocht worden.”

“Wat agrariërs ook kansen gaat bieden...”, zegt De Ruijter: “is dat dankzij de start van het Living Lab Schouwen-Duiveland er nu een overlegstructuur en samenwerking rondom gebiedsvraagstukken op het eiland is. We weten welke vragen er leven in het gebied en daardoor kon ASD heel goed instappen op het andere spoor, de Broedplaats Zoet Water. Deze Broedplaats is een project van het Living Lab en onderdeel van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland Zuidwestelijke Delta (IBP VP). Nu is er meer budget om maatwerk te ontwikkelen, en hopelijk ook meer financiële ondersteuning in fysieke maatregelen. Dit gaat langzaamaan een beetje vorm krijgen. Heel spannend wie er komt met initiatieven en welke projecten we gaan doen.” En als we een paar jaar verder zijn? Dan verwacht de Ruijter: “Dat we na een tijd met elkaar optrekken met onze opgebouwde relaties en netwerken makkelijker gezamenlijke stappen kunnen zetten rondom andere thema’s als bijvoorbeeld energie en biodiversiteit.”