Weten hoe het zit

19 mei 2020

Sinds 2016 staat Martijn van de Bijl aan het roer van De Zonnehoeve in Zonnemaire, een akkerbouwbedrijf en ruim opgezette landschapscamping. Hij is de 9e generatie op deze in 1700 gebouwde cultuurhistorische hoeve gelegen aan de Rietdijk. Monitoringsproject Natuurlijk Zoet kwam op het juiste moment op zijn pad. Vorig jaar schreef Martijn zich in op de door Agrarisch Schouwen-Duiveland, gemeente Schouwen-Duiveland en Acacia Water georganiseerde informatiebijeenkomst. Aanleiding was een perceel van 5 hectare met verdroogde en met nog groene delen gewas. Martijn vroeg zich af: “Wat is hier aan de hand en hoe kan ik daar wat aan doen?” Sinds april vorig jaar meet hij het zoutgehalte in de sloten, eerst op 10 en nu op 15 meetlocaties, ook in het gebied om hem heen. Hij wil weten hoe het zit.

Eens in de twee weken gaat hij gewapend met mobiel en meetapparaatje de meetlocaties af. Dicht bij de slootkant gooit hij de sensor, een soort dobbertje, in het water. In de app verschijnt een getal dat hij vastlegt, waarmee de meting in de database van Acacia Water komt. “Het is een klusje van 1 tot 1,5 uur, moeilijk is het niet, maar je moet wel een beetje uitkijken waar je gaat staan als je gaat meten, bij de slootkant kun je je evenwicht maar beter niet verliezen”, grinnikt Martijn en vervolgt: “de app kan weleens wat lastig starten of de verbinding valt weg. Dan ben je wat langer bezig, maar lukken doet het altijd.”

Samenwerken en maatwerk
Hij is blij verrast over hoe gemeente Schouwen-Duiveland zich samen met ASD, de provincie en het waterschap inzet voor zoetwater en is heel content met de opzet van het project met alle partijen die bij zoetwater betrokkenheid zijn. “Alleen red je het niet, daarvan ben ik overtuigd”, en hij benadrukt: “Als we het zoetwaterbeheer willen verbeteren hebben we elkaar nodig om te bespreken wat de knelpunten en mogelijkheden zijn. Samenwerking is nodig om verder te komen. Een andere meerwaarde is dat alle metingen in het systeem van Acacia Water worden opgeslagen en bewaard. Je kunt niks kwijtraken, je kunt in de tijd terugkijken en grafiekjes maken, dus je wordt er met z’n allen wijzer van.

De grote bijeenkomsten in het project ervaart hij als positief en informatief, al geeft hij aan: “Het blijft wat algemeen, je steekt er wel wat van op, maar je kunt er nog meer uithalen. Je kunt daar niet met een klein groepje de diepte ingaan en ik zou het erg waarderen als er ook overleg in klein comité mogelijk is, denk aan zo’n vijf personen plus een begeleider van Acacia Water. Dan kun je met elkaar de kennis delen en beter snappen hoe je gegevens moet interpreteren. Het draait allemaal om afstemming en maatwerk. We willen een flexibele waterhouding, waarbij we in het voorjaar water vasthouden en in het najaar water afvoeren. Zo wil ik in het voorjaar mijn drains eenvoudig op een goede manier afdoppen en het zoete water langer vasthouden.”

Inzichten en ideeën voor het project
Wat leverde meedoen aan Natuurlijk Zoet al op? Meer begrip van de eigenschappen van de diverse aardlagen, van de capillaire werking en van het feit dat het grondwater heel diep kan zitten, wel tot 2 meter. Met een peilbuis van anderhalve meter wilde Martijn het grondwaterpeil meten, maar dat lukte niet, het zit kennelijk nog dieper. Het zou goed zijn als in het project ook het grondwaterpeil wordt gemeten. Dat is nuttige informatie, óók voor het waterschap.

Uitgangssituaties kunnen verschillen en maken veel uit. Zijn land ligt boven NAP en heeft daardoor wat minder last van zoute kwel, maar er is wel een grote drooglegging op een deel van zijn percelen. Het omzetten van winterpeil naar zomerpeil van het slootwater (van -1,20 naar - 0,8 t.o.v. NAP) zou beter in overleg met de agrariër moeten gebeuren en in afstemming met de aanwezige zoetwaterhoeveelheid. Hij signaleert: “Nu gebeurt die omzetting laat, pas als het echt droog is. Gebeurt dat eerder, dan heb je er nog wat aan en kun je het nog aanwezige zoete water langer vasthouden. En als het Waterschap informatie hierover van de agrariërs krijgt met een goede onderbouwing om het peil over te zetten, kan het Waterschap beter maatwerk leveren.”

Martijn weet nu welke sloten zoet en zout zijn en zegt: “In een van mijn zoete sloten die in verbinding staat met de zoute vaart plaatste ik in overleg met waterschap en een buurman een schot. Voor- en achteraf deed ik een meting en zag dat de eenvoudige ingreep werkt, ik hield meer zoetwater vast. Daarom pleit ik vooral voor simpele en goedkope ingrepen, want veel marge heeft de agrariër in het algemeen niet.” Als aanvulling op het project denkt Martijn aan: het aangeven van specifieke meetmomenten, bijvoorbeeld net voor en na een grote hoosbui of voor en achter een stuw, en kijken naar mogelijkheden voor ontzilting en zoetwateropslag.